BASISKENNIS SELJUKS SELDJOEKEN

Plaats hier berichten over munten uit de vroege middeleeuwen. Dit is de periode van het jaar 450 tot 1050. In deze periode vallen de Ottoonse, Karalongische en Merovingische periodes.

Moderator: George_III

grivnagozer
Moderator
Moderator
Berichten: 2676
Lid geworden op: 28 jul 2009, 01:47
Locatie: rotterdam

BASISKENNIS SELJUKS SELDJOEKEN

Bericht door grivnagozer » 24 jul 2010, 16:33

We kunnen niet voorbijgaan aan de Seldjoeken in de elfde eeuw. Seldjoeken zijn nomadische volkeren van de steppen, welke niet de Islamitische godsdienst hebben maar wel heersen in een Islamitische regio!

Grofweg van huidig zuid en west Turkije trekken zij op en bezetten Transoxania, Khorasan en het grootste gedeelte van Iran op de Ghaznaviden, en blijven daar heersen vanaf 1037 tot de Mongoolse invasie van de dertiende eeuw.

Waar de Ghaznaviden heer en meester zijn gedurende de Seldjoekische opmars, roeren zich nu ook rebellerende Ghuriden, die gaandeweg gebied weten te veroveren op de Ghaznaviden, zodat in het midden van de twaalfde eeuw de Ghuriden heersten over geheel Mesopotamia en enkele Perziche gebieden.
Daarnaast hadden ook in dit gebied nog de Khuwarizim-Shahs een overheersende functie, zodat Asia Minor en Syria door de Seldjoeken op deze dynastie moest worden veroverd.

In deze roerige tijden staat nog steeds op de munten dat Muhammad de profeet is. De Seldjoeken halen de Islamitische teksten van de muntslag af en keren terug naar de picturale muntslag in het gebied. De Seldjoeken maken een ware stortvloed aan koperen munten aan, en bijna geen zilver of goud!

Atabeg. Atabeg is een generaal van de Seldjoeken, een aanspreektitel. En elke generaal munt in naam van zijn vorst iets in koper aan. De muntslag der Seljuks en Atabegs is zwaar en dik koper.

De Grote Seldjoeken zijn Sultan Tughril-Beg,en Alp-Arslan, welke met hun opvolgers tussen 1037 en 1157 Perzië als regeringszetel maken, en welke zelfs tijdelijk bondgenoot zijn van de Abassidische Kalief in Baghdad. Zodoende kan in het paleis der Abassidische kalief worden aangemunt door de Seljuks, alsmede in de plaatsen Isfahan en Nisabur.

Daarnaast is in huidig Anatolië de Seljuks van Rhum regerende in de periode 1077-1308, wat een voormalig Byzantijns gebiedsdeel was. En van de daar circulerende Byzantijnse Follis gaan de Seldjoeken van Rhum nu varianten slaan.

De vroegere koperen Follis der Seldjoeken kan je herkennen aan de man die een zwaard draagt en op een paard zit.

De zilveren muntslag van Sul(e)iman II heeft een krijger te paard met een vijfpuntige ster en een aureool om het hoofd. Zij zijn aangemunt in Ceasarea.

De zilveren muntslag van Khay Khusru II (1236-1245) laat een leeuw naar rechts zien voor een opgaande zon, en die zon heeft ogen en een mond.

Een kleinere stam binnen de Seljuks waren de Urtukiden, welke in Mesopotamië belandden in de plaats Diyarbekr. Al hun "zilveren' Dirhem zijn op basis van koper, en dus zware plakken koper met een dun vervaagd zilvertje eromheen. Het waren in weze "islamitische" Hagemunten.., welke op grote schaal circuleerden in het dagelijks leven.

We zien een gekroonde "Christelijke" engel naar rechts lopen, welke een grove kopie is van de Romeinse godin Victoria danwel Nike, rechtstreeks gekopieerd naar de muntslag van Seleucidische koningen. Andere munten dragen een mansportret met baard, zijnde een kopie van de Sassanidische muntslag. Ook de Follii van de Byzantijnse keizers Heraklius en Constans II worden op grote schaal ruw nagemaakt bij deze Urtukiden, zodat we weer een keizer kunnen herkennen met een Christuskruis in het onbeholpen muntbeeld. Andere Urtukidische munten geven een versie van de anonieme Christusfollis, waarbij het gezicht bol en zo rond als een aardappel oogt. De eerste contacten met de Kruisvaarders doen deze munt weer terugkomen van weggeweest.
Als laatste Urtukidische munt is die met enerzijds de zespuntige ster en anderszijds een tweekoppige adelaar, welke in een centrale cirkel staat en omlijst wordt door 4 ornamenten in het muntbeeld.

Het is moeilijk te zeggen of de munten van de Urtukiden komen. De Zenghiden van de stad Mosul alsmede de Begtegenidische dynastie in de stad Arbela kopieerden op hun beurt weer de Urtukiden in een nog onbeholpener manier als dat de Urtukiden al deden...
tja..

Terug naar “Vroege middeleeuwen 450 -1050”