Ik doe geen Koninkrijk, ik vind het persoonlijk saai. Maar ieder zijn hobbie. En dus heb ik een fnuikend dilemma voor alle koninkrijkverzamelaars hier als aftrap van het nieuwe jaar 2011!
Het portret van het dubbeltje 1910 is afwijkend in vergelijking tot de latere jaren. Niks nieuws, ieder koninkrijkverzamelaar zou dat moeten weten.
Rond de rand van dat dubbeltje zijn 71 pareltjes aangebracht.
Op de dubbeltjes van 1911 tot en met 1918 bestaat de rand uit 74 pareltjes. Op de keerzijde zijn de dubbeltjes met lauwerkrans voorzien van standaard 69 pareltjes.
Aldus de gegevens van de Rijksmunt..
Vanaf 1918 tot en met 1925 zijn er stempels gebruikt met 74 parels op de achterkant en 75 parels aan de voorkant.
En zo bestaan er dus 4 varianten van het duppie 1918.
1) combi 74/69
2) combi 74/74
3) combi 75/69
4) combi 75/74
Wegens problemen zijn er verschillende keerzijdestempels vervaardigd. Zo is de eikenkrans soms wat smaller tussen krans en parelrand.
Wie dus varianten wil maken van 1 duppie 1918, heeft met een oplaag van 20 miljoen muntjes een levenlang uitzoekplezier.
En ook de latere jaren der duppies kennen combi-varianten die niet bekend zijn..
Oh ja, hoeveel duppies heeft U al weggedaan als dubbelen in de loop der tijden? Fnuikend.. parels voor de zwijnen, of iets dergelijks, tellen maar...



Ukraine 

Nederland 
